Adjudant Veraart is in 1971 in Steenbergen geboren. Zijn militaire loopbaan begon na het afronden van zijn middelbare beroepsopleiding in 1995 in de Van
Ghentkazerne waar hij de mariniersopleiding volgde. Hierna werd hij voor zijn startfunctie geplaatst bij de 23e infanteriecompagnie van het 2e Mariniersbataljon (2MARNSBAT) te Doorn. Bij deze eenheid volgde hijzijn berg- en wintertraining, specialisaties op diverse wapensystemen en werd
militair parachutist. Na voltooiing van de Marinier Verkenner opleiding in 1997 werd hij overgeplaatst naar het Mountain Leader Verkenningspeloton. In de jaren erna
voltooide hij de Marinier Verkenner Combat survival course en opleiding tot militair ski-instructeur. Gedurende zijn plaatsing van 1997 tot 1999 voerde hij
talrijke gecombineerde oefeningen uit in een UK/NL samenwerkingsverband. In 1999 werd hij geselecteerd om de onderofficiersopleiding te volgen in
Rotterdam bij het Mariniers Opleidingscentrum (MOC). Na voltooiing van zijn korporaalsopleiding in 1999 werd hij geplaatst bij 11INFCOY van 1MARNSBAT en
werd ingezet voor KOSOVO KFOR in 2000. KFOR was tijdens de operatie verantwoordelijk voor de handhaving van de staakt-het-vuren en het scheppen
van voorwaarden waaronder de vluchtelingen, met name de Albanese Kosovaren, veilig terug konden keren. Hierna besloot hij zich verder te specialiseren als Military Ski Teacher en later in 2001 werd hij geselecteerd voor de opleiding para dispatcher. Na deze opleiding succesvol te hebben afgesloten ondersteunde hij als para-instructeur diverse vrijeval en static-line opleidingen en trainingen voor de Defensie Para School. Medio 2003 werd hij als baksmeester geplaatst bij de Initiële
mariniersopleiding. Na het opleiden van een klas mariniers nam hij in 2004 deelaan de selectie Pre-Mountain Leader en werd geselecteerd om deel te nemen in
het Verenigd Koninkrijk aan de Mountain Leader 2 opleiding. Deze opleiding van bijna een jaar brengt hem veel ervaring in het trainen van personeel en
militair opereren in Mountain & Cold Weather gebieden, inclusief S&R, gevechtsoverleving, skiën, vertical assault en gebruik van alle bijbehorende
apparatuur. Direct na terugkeer in Nederland werd hij bevorderd tot sergeant en geplaatst bij het verkenningspeloton van het 1e Mariniersbataljon. Met het
verkenningspeloton werd hij in 2006 voor 6 maanden uitgezonden naar Afghanistan (ISAF). Hoofddoel was het trainen van het Afghaanse leger en de
ondersteuning van het herstel van het overheidsgezag na de verdrijving van de Taliban.
Na Afghanistan werd hij in 2007 overgeplaatst naar Rotterdam en geselecteerd als Nederlandse kandidaat om deel te nemen aan de ML1 course te UK. Na een succesvolle afronding in 2008 nam hij samen met Mountain Leaders van UKRM deel aan expeditie “Fire & Ice expedition Mount McKinley 2008” te Alaska.
Eenmaal terug in Nederland wordt hij bevorderd tot SergeantMajoor en als Senior Instructor geplaatst in Rotterdam bij de afdeling Mountain & Arctic Warfare. Deze afdeling is onder andere verantwoordelijk voor de Berg- en Wintertraining, de Marinier Verkenner opleiding, de Militair Ski-instructeur en de voorbereiding van Nederlandse kandidaten op de ML2 opleiding. In 2012 volgt een overplaatsing naar de Special Forces van het Korps Mariniers, NLMARSOF. Hier werkt hij als Deputy Troop Commander binnen het ML-peloton (2pel) van C-SQN (Conventional Squadron); het squadron dat belast is met het uitvoeren van het volledige spectrum aan speciale operaties buiten Nederlands grondgebied. In deze periode draagt hij bij aan diverse military assistance trainingen in Afrika en werkt hij met Special Operations Land Task Group op voor uitzending MINUSMA te Mali. In 2016 wordt hij bevorderd tot Adjudant en geplaatst als Chief Train bij het Marine Training Commando en mede
verantwoordelijk voor het operationeel gereedmaken van beide, inmiddels gereorganiseerde, Maritime Combat Groups (voormalige mariniersbataljons). In deze periode neemt hij als teamleader deel aan “Expeditie Manaslu”. Deze 8163m hoge berg in het Nepalese Himalaya gebergte werd door het Korps Mariniers succesvol beklommen en maakt deel uit van de Roadmap ML. Met de oprichting van het Joint Kenniscentrum Militair Optreden Onder eXtreme Omstandigheden (JKCMOX) wordt hij daar
geplaatst in 2018 als SME Mountain & Arctic. Hier is hij mede verantwoordelijk voor het inrichten van een Joint Materiaal Advies Commissie welke harmonisatie moet bevorderen van klimtechnieken en klimmaterialen, zowel operationeel als industrieel, binnen de gehele Nederlandse krijgsmacht. Gedurende deze periode volgde hij de Joint Tertiaire Vorming aan het Instituut Defensie Leergangen (IDL). Begin 2020 komt Adjudant Veraart zijn plaatsing bij het JKCMOX ten einde en word hij Chef der Equipage MOC en aangesteld als stafadjudant niveau 2. Na zijn bevordering tot Stafadjudant 1 wordt hij in mei 2022 aangesteld in de functie van Korpsadjudant
van het Korps Mariniers. Inmiddels heeft Adjudant Veraart per september 2023 de functie van Krijgsmachtadjudant op zich genomen, een positie waar hij bijzonder trots op is en zich bevoorrecht voelt om te bekleden.
https://magazines.defensie.nl/allehens/2023/09/06_krijgsmachtadjudant
Artikel in Alle Hens vrijdag 17 november 2023
AOOMARNALG Mark Veraart nieuwe Krijgsmachtadjudant
De nestels van de Krijgsmachtadjudant zitten nog wat onwennig op de schouder van zijn dagelijks tenue. Sinds een dikke maand heeft adjudant van de mariniers Mark Veraart, zijn werkplek in Den Helder verruild voor een van de historische vertrekken van het ministerie van Defensie in Den Haag. Op hink-stap-sprongafstand van Commandant der Strijdkrachten (CDS) generaal Onno Eichelsheim, die hij gevraagd én ongevraagd van advies mag, nee móét, voorzien vanuit de gemeenschap van manschappen en onderofficieren.
Zelf had hij het nog niet zo bekeken, maar de militaire loopbaan van adjudant Veraart begint in hetzelfde jaar als dat het begrip Krijgsmachtadjudant voor het eerst rondgaat: 1995. Nota bene een officier der mariniers, de toenmalige Commandant der Strijdkrachten generaal der mariniers Henk van den Breemen, vond dat de onderofficieren meer stem moesten krijgen.
Landmacht-adjudant René Clausen had de primeur, waarna alle krijgsmachtdelen aan de beurt kwamen. Adjudant van de mariniers Rob van Haastrecht werd in 2017 de eerste marinier die deze rol mocht bekleden. “De wijze waarop Rob invulling gaf aan de functie van Krijgsmachtadjudant inspireerde mij dusdanig dat ik graag in zijn voetsporen wilde treden”, aldus Veraart.

Als leider gezien
Het kan niet anders of het karakter van de adjudant heeft een grote rol gespeeld bij zijn benoeming. Hij omschrijft zichzelf als ‘zeer georganiseerd’ en ‘altijd vrolijk’. Dat je met zo’n positieve instelling en een groot doorzettingsvermogen kunt bereiken wat je wilt, hoef je hem niet uit te leggen. Op relatief late leeftijd, 23 jaar, stapte Veraart het Korps binnen. “Ik deed de opleiding met 18-, 19-jarigen en stond dus iets anders in de wedstrijd. Dat kwam nog meer aan het licht na mijn opleiding, tijdens mijn eerste operationele plaatsingen. Dan word je snel als leider gezien. Ik vind het nog steeds geweldig om mijn kennis en ervaring kwijt te kunnen”, vat hij het samen.
Dankbaar voor steun
Veraart legde zich na opleidingen tot mountainleader in het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen toe op ‘militair opereren onder extreme omstandigheden’, kortweg MOX. Hij maakte deel uit van de Netherlands Maritime Special Operations Force. “Al deze uitdagingen hebben mij en mijn gezin, ondanks het vaak van huis zijn, veel gebracht. Ik ben zeker dankbaar voor hun steun. Gelukkig leidde mijn afwezigheid nooit tot onbegrip. Integendeel, mijn immer opgewekte humeur komt volgens hen mede voort uit het plezier dat ik uit mijn werk haal. En dit geldt hopelijk voor veel collega’s, wetende dat het leven van een militair veel vraagt van henzelf en hun thuisfront.”

Top bereikt
De Brabander bedwong tijdens zijn loopbaan een paar uitdagende bergpieken en nu heeft hij dus ook in de militaire loopbaan zijn top bereikt. En dat slechts anderhalf jaar na zijn benoeming tot Korpsadjudant bij de mariniers. “Als generaal Hut had gewild dat ik bleef, had ik dat zonder weerwoord gedaan”, bekent hij. Dat gebeurde dus niet. Sterker nog, de (inmiddels voormalig) Commandant van het Korps Mariniers waardeerde zijn ambitie en steunde de sollicitatie van zijn onderofficier. “Ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn ambities.”
Flinke erfenis
De nieuwe Krijgsmachtadjudant erkent meteen dat hij een flinke erfenis heeft meekregen. “Rob (van Haastrecht) heeft naar mijn mening de onderofficiersgemeenschap helemaal op de kaart gezet. Hij is erin geslaagd om zaken die diep in de organisatie leven in Den Haag te krijgen. Maar ook andersom: duidelijk uitleg geven van wat er speelt op het ministerie. Die wijze van werken wil ik heel graag voortzetten. Of dat extra druk op mij legt? Nee, dat niet, maar het voelt wel als een grote uitdaging.”

Prioriteitenlijst
Veraart kan niet ontkennen dat hij de tijd op veel vlakken mee heeft. Bezuinigingen behoren tot het verleden, het salaris gaat omhoog. “Dat is geen reden om nu 3 jaar op mijn lauweren te rusten. Als ervaren klimmer weet ik dat de meeste ongelukken in de bergen gebeuren door zelfoverschatting. En daarvoor moet je àltijd waken; ook in deze functie.”
Hij zet de lijn-Van Haastrecht voort, maar wel op de manier-Veraart. ‘Luisteren’, ‘nader kennismaken met de andere Operationele Commando’s’ en ‘een stem zijn voor de werkvloer’ behoren tot de logische dagelijkse werkzaamheden. “Voorzieningen verbeteren, werkdruk verlagen en het personeelstekort bestrijden; die punten staan al langer op mijn prioriteitenlijst.”
Boeien en behouden
Hij hamert vooral op het versterken van de operationele gereedheid. “Dan moeten wel alle randvoorwaarden zijn ingevuld, zoals het wegnemen van obstructies die dat in de weg staan. Als de zaken wat dat betreft niet in orde zijn, leidt dat onherroepelijk tot frustraties. We moeten de omslag maken van hoofdtaak 2 (het beschermen van de internationale rechtsorde) naar hoofdtaak 1 (het beschermen van nationaal en NAVO-grondgebied). Dat betekent dat je hiervoor de juiste trainingen en het goede materieel moet hebben.”
Dat is volgens Veraart tevens nodig om mensen te blijven boeien en behouden. “Werving en behoud reflecteer ik dan graag op mijn eigen loopbaan: ik gun iedereen zo’n geweldige tijd als ik heb bij Defensie. Je moet de mensen kansen bieden. De nadruk ligt soms te veel op ervaring. Ik wist helemaal niets van bergklimmen toen ik de opleiding tot mountainleader inging, maar er was iemand die zei: ‘Dat leren we ‘m wel’. En kijk eens waar ik nu sta.”
Rol Krijgsmachtadjudant
De Krijgsmachtadjudant vertegenwoordigt alle onderofficieren en manschappen in de krijgsmacht. Hij of zij valt rechtstreeks onder de CDS en adviseert deze (on)gevraagd over onderwerpen uit het onderofficiers- en manschappendomein. De Krijgsmachtadjudant heeft een adviesrol vanuit de praktijk naar het beleid. Deze adjudant-onderofficier informeert de CDS bijvoorbeeld over alles wat speelt rond opleidingen, trainingen, inzetbaarheid, materieel, vulling en behoud en houdt daarnaast de CDS op de hoogte over het moreel bij de eenheden.
Interview met Krijgsmachtadjudant Mark Veraart op 14 oktober 2025
“Een krijgsmacht in opschaling”
Toen ik Mark Veraart onlangs sprak, maakte hij meteen duidelijk dat de wereld sinds zijn aantreden op 21 september 2023 ingrijpend is veranderd. De oorlog in Oekraïne heeft volgens hem “alle illusies weggenomen dat grootschalig conflict in Europa verleden tijd was.”
“Dat besef werkt door in alles wat wij doen,” zegt hij. “Je voelt het in de prioriteiten, in de snelheid waarmee beslissingen worden genomen, en vooral in wat er van onze mensen wordt gevraagd.”
De krijgsmacht bevindt zich in een fase van versnelde opschaling. De verschuiving van Hoofdtaak 2 naar Hoofdtaak 1: verdediging van Nederland en bondgenoten is niet tijdelijk, maar structureel. We groeien richting 122.000 militairen vóór 2030, de organisatie moet schaalbaar zijn wanneer de dreiging dat vraagt.
“De realiteit verandert, dus moeten wij mee veranderen”
Ik vraag hem welke ontwikkelingen hij als het meest bepalend ziet. Hij somt ze op, zonder te aarzelen:
- “We groeien en versnellen. Dat is onvermijdelijk.”
- “Operationele gereedheid is de absolute topprioriteit.”
- “Het gevechtsveld verandert razendsnel: drones, cyber, elektronische oorlogsvoering, digitale besluitvorming, het hoort er allemaal bij.”
- “Multidomein-optreden en informatiegestuurd optreden worden leidend.”
- “Sensor-to-shooter is de harde realiteit: detecteren, besluiten en optreden gebeurt soms binnen seconden.”
- “En middenin dat alles blijft de onderofficier de spil in paraatheid, discipline en mentale weerbaarheid.”
Het zijn logische feiten volgens Veraart, geen toekomstige scenario’s.
De vierkante meter van de militair
Als ik hem vraag waar hij zelf de nadruk op legt, begint hij over iets wat hij meerdere keren herhaalt: de vierkante meter van de militair. Infra, voeding, materiaal, uitrusting, vergoeding, waardering, uitdaging en opleiding.
“Materieel komt sneller binnen, DOKS wordt ingevoerd, randvoorwaarden verbeteren. Maar uiteindelijk gaat het om de vraag: heeft de militair echt alles wat hij nodig heeft om zijn taak uit te kunnen voeren?”
Volgens hem vallen daar veel meer zaken onder dan we soms denken: Vorming, basisvaardigheden, leiderschap, (team)functioneren, mindset en een dagelijkse portie professionaliteit.
“Dat hele domein, dat is de verantwoordelijkheid van de onderofficier.”
Het gevechtsveld van de toekomst als nieuwe norm
We komen op Oekraïne. Veraart is duidelijk: “Dat gevecht is compleet anders dan alles wat we deden in Afghanistan, Irak of Mali.”
Hij noemt drones, sensornetwerken, Intelligence Suveillance & Reconaissance, digitale verstoring en versneld optreden. “Dat vraagt om een ander type voorbereiding. Wie traint op het gevecht van gisteren, is morgen te laat.”
Daarom wordt bijvoorbeeld ook de Beleidsvisie Onderofficieren herschreven. “Zeker niet omdat het document niet zou voldoen, maar omdat onze rol binnen Hoofdtaak 1 opnieuw moet worden gedefinieerd. We moeten passen bij een gevecht waarin technologie, snelheid en informatie leidend zijn. Onze beleidsvisie moet laten zien hoe de onderofficier zich beweegt in een krijgsmacht die niet alleen groeit, maar ook anders leert, anders trainten anders strijdt.”
Opleiden en trainen: sneller, realistischer
Uit het gesprek blijkt dat onderwijs en training een cruciaal punt vormen.
“De lessen uit Oekraïne moeten veel sneller doorwerken. Realistischer, technologischer en gericht op overleven in een transparant gevechtsveld. Dat is noodzakelijk, geen luxe.”
Internationale plaatsingen
Veraart benadrukt dat hij het verlies van internationale onderofficiersfuncties, door bezuinigingen in eerdere jaren, nog steeds als een gemis ziet. “Interoperabiliteit met de NAVO kun je niet vanaf de zijlijn organiseren. Je moet erbij zijn.” Er wordt onderhandeld over o.a. functies in Luzern (INCOA, International NCO-Academy), maar ook binnen NAVO-structuren in Mons (SHAPE/ACO) en Brussel (EUMS). Immers, moderne oorlogsvoering stopt niet aan de grens. Kennis en netwerk zijn essentieel.
Werkbezoeken: “De realiteit op de vloer is leidend”
Tijdens gezamenlijke werkbezoeken met de CDS ziet hij hoe de organisatie ervoor staat.
“Je ziet waar we voortgang boeken, maar ook waar knelpunten blijven. Die informatie heb je nodig om de onderofficier zichtbare invloed te geven richting beleid.”
Maar bijvoorbeeld ook het decoratiestelsel hoort daarbij, deze wordt momenteel herzien maar het verdient extra aandacht om de voorgestelde wijzigingen ingevoerd te krijgen. “Ook dat moet passen bij een krijgsmacht in transitie.”
De sollicitatie voor Krijgsmachtadjudant
Omdat Veraart volgend jaar juni zijn FLO bereikt, komt deze eervolle functie opnieuw open.
Ik vraag hem hoe hij hier tegenaan kijkt.
Solliciteren is een logische stap volgens Veraart. “De CDS moet iemand kiezen die zijn visie begrijpt, uitdraagt en strategisch kan meebewegen. “Niet de kleur van het pak bepaalt wie het wordt. Geschiktheid en vertrouwen wel.”
De opgave voor zijn opvolger
Aan het einde van het gesprek vraag ik tot slot: Wat staat je opvolger te wachten?
Zijn antwoord is helder:
- “De personele opschaling moet verder vorm krijgen.”
- “We moeten nieuwe doelgroepen aantrekken en integreren in een schaalbare krijgsmacht.”
- “Opleidingen en trainingen moeten sneller aansluiten op de lessons learned uit Oekraïne”
- “Eigenaarschap en professionaliteit binnen het onderofficierskorps moeten versterkt worden.”
- “Internationale samenwerking binnen NAVO-netwerken wordt nog belangrijker.”
- “En de rol van de onderofficier in Hoofdtaak 1 wordt scherper, breder en technischer.”
Tot slot
Veraart sluit af met één zin:
“Wat er ook verandert: de inzetbaarheid van onze krijgsmacht staat of valt met de kwaliteit van onze onderofficieren, de ruggengraat van onze Krijgsmacht.”