De uitmonsteringen van de Krijgs- en Landmacht-adjudanten.

Een van de onderscheidingstekens en ook het meest zichtbare is het koord of de nestel die de krijgsmacht en de krijgsmachtdeeladjudanten dragen.

Binnen de krijgsmacht worden verschillende nestels gedragen.

De betekenis van het woord nestel is tweeledig:

  1. Schouderteken, schoudersnoer als uniformversiering
  2. Vooral Zuid-Nederlands veter, schoenveter, rijgsnoer; dropveter, snoep in de vorm van een veter.

Binnen de huidige krijgsmacht is de nestel verbonden aan een functie, echter van oorsprong is het mogelijk dat de nestel een  praktische bedoeling had.

Als je de uniformen van de krijgsmacht in de vorige eeuwen bekijkt valt op dat deze bestonden uit veel verschillende onderdelen. Deze onderdelen moesten bij elkaar worden gehouden door middel van snoeren of veters. In later tijd kwamen de knopen die wij nu gebruiken om het uniform dicht te doen. Hierdoor werden steeds minder koorden en andere veters op het uniform gedragen.

Wat overbleef waren de koorden op het uniform als versiering of om de militair te onderscheiden van andere militairen.

De nestel als onderscheidingsteken.

In een artikel van dhr. F.J. van Lier geeft deze aan de eerste algemene regeling der militaire kleding van Prins Willem III onder meer het volgende aangeeft: “Iedere officier droeg een hoed met goudgalon en op de schouder een gouden nestel die niet langer dan tot de elle boog mocht afhangen”.

In de tijd van Napoleon werden erewachten uitgerust met een nestel.

In het artikel van F.J van Lier wordt de volgende conclusie getrokken:

“ In grote lijn kan men stellen dat nestels werden gedragen  door hogere stafofficieren, door adjudanten van hoge functionarissen, door Garde-eenheden en door Elitekorpsen”

In 1840 werd bij Koninklijk Besluit van 8 oktober No. 80 de nestel voor de Adjudanten van de Koning ingevoerd die als enige aan de rechterschouder mocht worden gedragen.

Als laatste nestel werd ingevoerd de nestel van de Krijgsmacht(deel)adjudanten.

De eerste nestel van de krijgsmacht(deel)adjudanten.

Op 12 februari 1997 deed de Traditiecommissie Krijgsmacht op verzoek van de CDS Generaal der Mariniers H.G.B. van den Breemen een voorstel voor de herkenning van de adjudant van de Krijgsmacht. Het voorstel was een enkelvoudige nestel naar het model zoals het gedragen werd rond 1930 door de politietroepen. Tevens werd die model in de vijftiger jaren gedragen door de Adjudant-onderofficier-ordonnans van het Militaire Huis. Bij uitstek, zo vermeld het voorstel, derhalve een onderscheidingsteken dat werd gedragen door de hogere onderofficieren.

Aangezien de adjudant van de krijgsmacht de drie krijgsmachtdelen vertegenwoordigt is gekozen voor de overkoepelende kleur van het Huis van Oranje Nassau als ondergrond van deze nestel. De emblemen van de krijgsmachtdelen zijn alle goudkleurig. In het voorstel is daarom gekozen voor het doorweven van de nestel voor1/3 met gouddraad. De nestelpennen zijn qua vorm, zoals thans gedragen wordt door de officieren en adjudanten-onderofficieren bij de Koninklijke Marechaussee.

De nestel dient op alle tenuen (inclusief camouflagekleding) op de linkerborst gedragen te worden. De bevestiging geschied door middel van een lus en een knoop, aangebracht onder de schouderbedekking. De andere lus wordt bevestigd aan de bovenste knoop van het tuniek.

De eerste nestel van de Krijgsmacht-adjudant was dus, zoals boven aangegeven een enkele nestel. Opvallend is dat al vrij snel na de invoering van de functie van krijgsmachtdeeladjudant ook de Krijgsmacht-adjudant een dubbele nestel is gaan dragen.

Deze nestel was naar een ontwerp van Fr. Smits Sr.

Het verschil in de nestel van de Krijgsmacht-adjudant en de Krijgsmacht-deel-adjudanten zit in de pennen. De nestel voor de Krijgsmacht-adjudant heeft gouden pennen en voor de Krijgsmacht-deel-adjudanten heeft zilveren pennen.

De tweede nestel van de krijgsmacht(deel)adjudanten.

De tweede nestel van de krijgsmacht en krijgsmacht-deel-adjudanten is een dubbele nestel. De overgang van de enkele naar de dubbele nestel is geweest in 2001.

De aanleiding tot deze wijziging waren opmerkingen van de zijde van de KMar die altijd een dubbele nestel dragen.

Tijdens de 13e vergadering van de Krijgsmacht- en Krijgsmachtdeeladjudanten op 26 januari 2001 werd over deze overgang gesproken en in de notulen lezen we het onderstaande:

Het mouwembleem van de stafadjudanten.

 De eerste krijgsmacht-adjudant en de eerste krijgsmacht-deel-adjudant hebben het bovenstaand mouwembleem gedragen op de linkermouw. Dit embleem gaf verwarring en in de Onderofficier werd melding gemaakt van opmerkingen die de stafadjudanten te horen kregen: “Hee, ben je meester op alle wapens geworden?” of “Was jij vroeger sportinstructeur?”.

Het mouwembleem is afgeschaft direct bij de invoering van de nieuwe rangonderscheidingstekens tijdens de informatiedag stafadjudanten begin oktober 2001.

De rangonderscheidingen voor de stafadjudanten.

 Op 25 maart 1996 werd er een document verstuurd door de Kolonel H. Th. Koomen ter voorbereiding op de vergadering van de Traditie Commissie Koninklijke Landmacht (TCKL).

Voor deze vergadering stond op de agenda de nieuwe functie-onderscheidingstekens voor de stafadjudant.

Als voorstel werd gedaan:

  1. Voor de bataljonsadjudant, schooladjudant en eventueel in de toekomst de garnizoensadjudant:

Twee gekruiste zwaarden, zilverkleurig.

2. Voor de brigadeadjudant, de opleidingscentrumadjudant en de RMC-adjudant:

Twee gekruiste zwaarden met leeuw, zilverkleurig.

3. Voor de divisie-adjudant en de ressort-adjudant:

Twee gekruiste zwaarden met leeuw, goudkleurig.

Het functie-onderscheidingsteken wordt boven het rangonderscheidingsteken van de adjudant gedragen op het schouderepaulet.

En dan een leuke aanbeveling: Ik wil u overigens in overweging geven of het niet consequenter zou zijn om de uitmonstering van de bataljonsadjudant goudkleurig te maken.

 

Op 4 juni 1996 verschijnt er een document waarin verslag wordt gedaan van de vergadering van de TCKL van 8 mei 1996 met de volgende inhoud:

 

De TCKL heeft in haar vergadering van 8 mei 1996 positief geadviseerd om een nieuw functieonderscheidingsteken voor de stafadjudanten aan te laten maken. Ik stem in met de nieuwe functieonderscheidingstekens voor de stafadjudanten in de volgende uitvoering:

  1. Voor de bataljonsadjudant, schooladjudant en eventueel in de toekomst de garnizoensadjudant:

Twee gekruiste zwaarden, goudkleurig.

2. Voor de brigadeadjudant, de opleidingscentrumadjudant en de RMC-adjudant:

Twee gekruiste zwaarden met leeuw, zilverkleurig.

3. Voor de divisie-adjudant en de ressort-adjudant:

Twee gekruiste zwaarden met leeuw, goudkleurig.

De onderscheidingstekens dienen te worden aangemaakt voor de volgende tenuen:

– DT                            : speld

– Overhemd DT         : Geborduurd boven stip

– Trui                          : Geborduurd boven stip

– GVT                          : zwart geweven boven stip

Het functieonderscheidingsteken wordt boven het rangonderscheidingsteken van de adjudant gedragen op het schouderepaulet.

Nadat de TCKL positief had geadviseerd werden deze onderscheidingstekens ingevoerd.

 Ontwerp van F. Smits Sr maart 1996.

Bovenstaande rangonderscheidingen zijn niet gedragen. De eerste Krijgsmacht-adjudant Clausen aan het woord: “Er is een proefontwerp geweest met zwaarden. Dit leek teveel op de uitmonstering van de Engelse maarschalk en heeft het dus niet gehaald”. Ook de eerste Landmacht-adjudant Tanis heeft ze niet gedragen:” Deze functieonderscheidingstekens zijn niet door stafadjudanten gedragen, maar het betreft hier proef exemplaren”.

Opmerkelijk detail is dat in er wel van deze onderscheidingstekens melding wordt gemaakt in de Programma’s van Eisen (PvE) van 18 september 1996 en 25 februari 1998.

In de Onderofficier van november 2000 worden de nieuwe rangonderscheidingstekens gepresenteerd.  De formele start voor het dragen vond plaats toen de BLS  M. Schouten bij adjudant Lam, compagniesadjudant van 43 Herstcie, in een korte ceremonie het functieonderscheidingsteken van stafadjudant op diens schouder aanbracht. Het was tijdens een bijeenkomst voor stafadjudanten op de KMS in oktober 2001.

Als motivatie voor de invoering van de nieuwe rangonderscheidingstekens wordt aangegeven: ”Dit embleem had als nadeel dat het op afstand gelijkenis vertoonde met het functieteken van de sportinstructeur. Een andere onvolkomenheid van dit embleem was dat niet op alle tenuen de stafadjudant duidelijk herkenbaar was”.

Hieronder de nieuwe stafadjudant-rangonderscheidingstekens.