Bij het aantreden in zijn nieuwe functie gaf Gouda aan wat hij als zijn taak ziet in zijn functieperiode:

De afgelopen periode heeft er onder de bezielende leiding van Dirk een evaluatie plaatsgevonden m.b.t. de beleidsvisie en is deze onder aanvoering van Ron van Leeuwen als voorzitter van de werkgroep omgezet in een domeinbeschrijving van de onderofficier. Deze verandering vond plaats omdat we als AROOKM van mening waren dat we het stadium van een visie gepasseerd waren. Dit alles heeft ervoor gezorgd dat elk aspect van het functioneren van de onderofficier nu staat omschreven.

 De tijd is nu aangebroken dat we alles wat de afgelopen jaren op papier is gezet in de praktijk gaan brengen.  Ik wil inzoomen op de belangrijkste aspecten van de onderofficier: Militair, leider, vakman en coach c.q. begeleider. We worden als militair gevormd door de EMMV en vaktechnisch opgeleid op een hoog niveau vaak al met een civiele certificering dus dit zijn aspecten die reeds staan in onze organisatie. Onze aandacht moet nu uitgaan naar het acteren als leider en coach/begeleider.

Hiervoor zijn de ervaren onderofficieren uit de bovenbouw de aangewezen personen als het er om gaat om dit proces in gang te zetten. Zij zijn degene die moeten zorgen voor de juiste leiding op de werkvloer omdat zij een voorbeeldrol hebben en dus een voortrekkersrol  kunnen invullen.  Als zij op de juiste manier leiding geven en hun personeel op de juiste manier coachen en begeleiden dan zorgt dit ervoor dat uiteindelijk iedere onderofficier dit als vanzelfsprekend gaat beschouwen. Alleen op deze manier creëren we de juiste werkomgeving  en zorgen we ervoor dat al ons personeel gemotiveerd en op de juiste wijze hun functies kunnen vervullen in een nog immer fantastische werkomgeving. Dit kan alleen worden bereikt door veel bij de eenheden aanwezig te zijn, om via de CdE’s, chefs van dienst het beleid duidelijk te maken, hun vragen te beantwoorden en hen te enthousiasmeren voor al datgene wat er op papier staat in de domeinbeschrijving.

Die bezoeken aan de eenheden is ook hetgeen wat ik, en met mij de leden van de AROOKM, de komende tijd willen gaan inplannen en uitvoeren.

Op 2 februari 2018 ontmoette ik de Chef der Equipage Jack Gouda. Op de vraag hoe hij tot deze functie was gekomen  kwamen een aantal vereisten voor het kunnen vervullen van deze functie voorbij. Ook kwam het traject aan de orde om stafadjudant te worden:

  • De Chef der Equipage wordt gekozen uit alle stafadjudanten. Hij moet een operationele functie hebben vervuld als Chef der Equipage en wordt bij voorkeur gekozen uit de AROOKM.

“Het is voor mij de derde functie als stafadjudant , eerst heb ik als Chef der Equipage gevaren op Zr.Ms. van Speijk,  daarna vervulde ik de functie van Chef der Equipage Opleidingen Koninklijke Marine en als werd daarmee lid van de AROOKM”

  • Een stafadjudant komt altijd voort uit het MD (Management Development) traject. Hierover neemt een MD commissie het besluit. Deze commissie bestaat uit: alle senior loopbaanbegeleiders, de MD coach, het hoofd MD, de CdE CZSK onder voorzitterschap van het  hoofd P&O.
  • Men kan voor de MD-commissie komen door een uitstekende beoordeling, detectie door een stafadjudant en vanwege een uitstekend dossier.
  • Mocht men een MD status hebben verkregen en adjudant zijn of worden dan kom je ook uiteindelijk voor de Stafadjudantencommissie (SA). Hiervoor dient men opnieuw een motivatiebrief op te stellen en bij het bestaande dossier te voegen. Voorts vind er een gesprek plaats met de CdE CZSK en de Korpsadjudant van het Korps Mariniers waarbij motivatie en drijfveren belangrijke pijlers zijn die tot een advies leiden door genoemde functionarissen aan de SA-commissie. “Ik voerde dat gesprek onder meer met Walter Kers. Toen hij naar mijn ambitie vroeg heb ik aangegeven dat ik eerst op zijn stoel wilde zitten en daarna Krijgsmachtadjudant wilde worden in Den-Haag bij de CDS”.

Door omstandigheden werd Gouda niet de opvolger van Walter Kers maar de opvolger van Dirk Harting.

“In de periode dat Dirk Chef der Equipage was heb ik veel met hem samengewerkt en nog meer van hem geleerd. Ik zat in het AROOKM vanwege mijn functie als Chef der Equipage OKM. Dirk was een echt mensenmens die goed mensen in hun kracht kon zetten. We verdeelde de taken onder de leden van de AROOKM en ik mocht hem vaak waarnemen binnen de diverse overlegorganen en ceremonieën”.

Op de vraag hoe hij aan zijn functie wil werken in de komende periode gaf Gouda het volgende aan:

  • We moeten nu gaan uitvoeren wat in de domeinbeschrijving van de onderofficier is beschreven. Het is geen visie meer maar een domeinbeschrijving vastgelegd in een officieel voorschrift.
  • We moeten de coachende rol van de onderofficier gaan uitwerken.
  • Ik ben de vertegenwoordiger van de Equipage van de Koninklijke Marine en daarnaast de onderofficier naast de Commandant der Zeestrijdkrachten. Doordat ik altijd samen met de C-ZSK aanwezig ben bij werkbezoeken, ceremonieën en dergelijke ben ik dus zichtbaar voor een ieder als die vertegenwoordiger en als zodanig aanspreekbaar binnen en buiten de Koninklijke Marine.
  • Omdat elke afdeling van de Koninklijke Marine is vertegenwoordigd in de AROOKM en we alle taken goed hebben verdeeld en kunnen delen hoef ik niet overal zelf heen te gaan. Vaak worden zaken uitgevoerd door de leden van de AROOKM al dan niet vanuit mijn naam maar wel als vertegenwoordiger van de equipage.

 

« 1 van 3 »